Algemene subsidieverordening welzijn gemeente Menterwolde

Gegevens van de regeling

Gegevens van de regeling
OverheidsorganisatieGemeente Menterwolde
Officiële naam regelingAlgemene subsidieverordening welzijn gemeente Menterwolde
CiteertitelAlgemene subsidieverordening welzijn gemeente Menterwolde
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpmaatschappelijke zorg en welzijn

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Onbekend

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen.

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen
Datum inwerkingtredingTerugwerkende kracht t/mBetreftDatum ondertekening, Bron bekendmakingKenmerk voorstel
07-06-2006 n.v.t. n.v.t. 18-05-2006 Tussenklappen; 07-06-2006 Algemene subsidieverordening welzijn gemeente Menterwolde

Tekst van de regeling

No.:

De raad van de gemeente Menterwolde;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders;

gelet op titel 42 van de Algemene wet bestuursrecht;

B E S L U I T :

vast te stellen:

DE ALGEMENE SUBSIDIEVERORDENING

WELZIJN GEMEENTE MENTERWOLDE

Hoofdstuk 1. ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

In deze verordening wordt verstaan onder:
a. de raad: de raad van de gemeente Menterwolde;
b. het college: burgemeester en wethouders van de gemeente Menterwolde;
c. subsidieontvanger: de natuurlijke persoon/comité/instelling/rechtspersoon met volledige
rechtsbevoegdheid, die op grond van de behartiging van door het college
erkende belangen van ideële en/of materiële aard subsidie van de
gemeente ontvangt of daarop aanspraak heeft;
d. incidentele subsidie: een subsidie die eenmalig wordt verstrekt voor in beginsel eenmalige
activiteiten;
e. stimuleringssubsidie: een subsidie die beoogt bepaalde activiteiten te stimuleren zonder
dat er sprake is van een volledige bekostiging van de activiteit;
f. projectsubsidie: een subsidie voor een activiteit met een methodisch of beleidsmatig
(experimenteel) karakter met een vooraf vastgesteld begin- en eind
punt over een periode van maximaal drie jaar met duidelijk om
schreven activiteiten, benodigde middelen en prestaties;
g. budgetsubsidie: een subsidie waarbij een maximumbedrag aan middelen wordt verstrekt
voor een periode van maximaal 4 jaar ter realisering van een
bepaald meetbaar niveau van activiteiten en/of prestaties die bijdragen
aan de realisatie van gemeentelijke beleidsdoeleinden;
h. subsidieplafond: het bedrag dat gedurende het gemeentelijke begrotingsjaar en/of een
bepaald tijdvak ten hoogste beschikbaar is voor de verstrekking van
subsidies krachtens een bepaald wettelijk voorschrift;
i. activiteitenplan: een overzicht van de door de subsidieontvanger voorgenomen
activiteiten, uit te voeren binnen een aangegeven termijn, zo mogelijk
vertaald naar meetbare prestaties en beoogde effecten in relatie tot het
gemeentelijk beleidsdoel;
j. subsidieverlening: besluit voorafgaand aan de subsidievaststelling waarbij een
voorwaardelijke aanspraak op een subsidie wordt toegekend;
k. subsidievaststelling: besluit waarbij de subsidie definitief wordt vastgesteld;
l. wet: de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 1.2. Reikwijdte van de verordening

Deze verordening is van toepassing op subsidiëring van activiteiten op het terrein van welzijn,
tenzij een afzonderlijke rijks-, provinciale- of gemeentelijke subsidieregeling van toepassing is.

Artikel 1.3. Bevoegdheden van het college

Het college is belast met de uitvoering en het toezicht op de naleving van deze verordening en
besluit uit dien hoofde over de subsidieverstrekking.

Artikel 1.4. Mandatering

Het college kan middels een mandateringsbesluit de bevoegdheden in artikel 1.3. mandateren.
 

Artikel 1.5. Subsidie

  1. Het college kan voor activiteiten in het kader van welzijn een subsidie verstrekken aan
    een subsidieontvanger die voldoet aan de omschrijving in artikel 1.1. sub c.

  2. Onder welzijn worden in ieder geval thema’s en werksoorten verstaan als:
    a. samenleving in diversiteit
    b. activering en participatie
    c. wonen en zorg
    d. ontmoeting, vrije tijd en cultuur
    e. veiligheid en leefbaarheid
    f. lokaal sociaal beleid
    g. lokaal gezondheidsbeleid
    h. wijk- en buurtbeheer
    i. maatschappelijke ondersteuning
    j. sport
    k. ouderenbeleid
    l. bibliotheekwerk
    m. jeugd- en jongerenbeleid
    n. peuterspeelzaalwerk
    o. algemeen maatschappelijk werk.

  3. Het college kan op basis van artikel 1.4. sub 2. een nadere invulling geven aan het
    begrip welzijn.

Artikel 1.6. Subsidievormen

Het college verstrekt de subsidie in de vorm van:
a. een incidentele subsidie of
b. een stimuleringssubsidie of
c. een projectsubsidie of
d. een budgetsubsidie.

Artikel 1.7. Subsidieplafond en wijze verdeling

  1. Het college stelt jaarlijks, op basis van de vastgestelde begroting, subsidieplafonds vast
    voor de verschillende activiteiten, waarvoor subsidies kunnen worden verstrekt.

  2. Als het college een subsidieplafond heeft gesteld, bepaalt hij daarbij, hoe het
    beschikbare bedrag wordt verdeeld.

  3. Het subsidieplafond wordt bekendgemaakt voor de aanvang van het tijdvak, waarvoor het
    is vastgesteld.

  4. Bij de bekendmaking van het subsidieplafond wordt de wijze van verdeling vermeld.

  5. Indien het subsidieplafond of een verlaging daarvan later wordt bekendgemaakt,
    heeft deze bekendmaking geen gevolgen voor voordien ingediende aanvragen.

  6. Het vijfde lid is niet van toepassing, indien:
    a. de aanvragen voor het tijdvak waarvoor het subsidieplafond is vastgesteld,
    ingevolge een wettelijk voorschrift moeten worden ingediend op een tijdstip
    waarop de gemeentelijke begroting nog niet is vastgesteld of goedgekeurd;
    b. het een verlaging betreft die voortvloeit uit de vaststelling of goedkeuring van de
    gemeentelijke begroting en
    c. bij de bekendmaking van het subsidieplafond is gewezen op de mogelijkheid
    van verlaging en de gevolgen daarvan voor reeds ingediende aanvragen.

Hoofdstuk 2. INCIDENTELE- EN BUDGETSUBSIDIES

Artikel 2.1. Subsidieaanvraag

  1. Een subsidieaanvraag wordt ingediend bij het college.

  2. Een aanvraag om een incidentele en stimuleringssubsidie wordt ten minste acht
    weken voor de aanvang van de desbetreffende activiteit schriftelijk ingediend.

  3. De aanvraag gaat vergezeld van een beschrijving van de geplande activiteit.

  4. Het college kan binnen een door hem te bepalen termijn de overlegging van andere
    stukken of anderszins nadere informatie verlangen, indien hij dat voor de
    beoordeling van de subsidieaanvraag nodig acht.

Artikel 2.2. Subsidieverlening en subsidievaststelling

Het college neemt, indien zij dit nodig acht, voorafgaand aan een besluit tot subsidievaststelling
slechts een besluit tot subsidieverlening.
 

Hoofdstuk 3. PROJECT- EN BUDGETSUBSIDIES

Artikel 3.1. Subsidieaanvraag

  1. Een aanvraag wordt ingediend bij het college.

  2. Een aanvraag om een budgetsubsidie wordt uiterlijk 1 augustus voorafgaand aan het
    subsidiejaar schriftelijk ingediend.

  3. Een aanvraag om een projectsubsidie kan gedurende een boekjaar worden ingediend
    maar niet later dan 13 weken voorafgaand aan het moment waarop het project start.

  4. Het college kan besluiten een subsidieaanvraag niet te behandelen, indien de aanvraag
    niet aan de daaraan in of krachtens deze verordening gestelde eisen voldoet of indien
    de verstrekte gegevens en bescheiden onvoldoende zijn voor de beoordeling van de
    aanvraag of voor de voorbereiding van de beschikking, mits de aanvrager de
    gelegenheid heeft gehad binnen een door het college gestelde termijn de aanvraag aan
    te vullen.

Artikel 3.2. Subsidieverlening en vaststelling

Voorafgaand aan de subsidievaststelling wordt een beschikking omtrent subsidieverlening
gegeven.

Hoofdstuk 4. SUBSIDIEVERLENING

Artikel 4.1.. Beslistermijn

  1. De beschikking op de aanvraag om een incidentele- of een stimuleringssubsidie,
    waarvoor de aanvraag krachtens artikel 2.1 lid 2 van deze verordening ten minste 8
    weken voor de aanvang van de desbetreffende wordt ingediend, wordt uiterlijk 8 weken
    na ontvangst van de aanvraag gegeven.

  2. De beschikking op de aanvraag van een projectsubsidie wordt uiterlijk drie maanden na
    ontvangst van de aanvraag gegeven.

  3. De beschikking op de aanvraag om een budgetsubsidie (krachtens artikel 3.2. lid 2 van
    deze verordening) wordt uiterlijk 1 januari van het jaar, waarop de subsidie betrekking
    heeft, gegeven.

  4. Indien de in het eerste, tweede of derde lid genoemde beschikking niet binnen de
    gestelde termijn gegeven kan worden, kan het college zijn beslissing voor ten hoogste
    vier weken verdagen. Het college stelt de aanvrager hiervan schriftelijk in kennis.

Artikel 4.2.. Subsidieverlening

  1. Indien het college een subsidie verleent, vermeldt de subsidiebeschikking het bedrag
    van de subsidie dan wel de wijze waarop dit bedrag wordt bepaald. In het laatste geval
    wordt bovendien het bedrag vermeld, waarop de subsidie ten hoogste kan worden
    vastgesteld.

  2. Bij de beschikking tot verlening van de subsidie geeft het college zo concreet mogelijk
    aan, welke activiteiten door de subsidieontvanger met de ter beschikking gestelde
    subsidie moeten worden verricht, alsmede – ingeval van een projectsubsidie of een
    budgetsubsidie – welke prestaties en effecten daarmee beoogd worden. Het college kan
    bij de beschikking bepalen dat de te verrichten activiteiten, prestaties en effecten in een
    uitvoeringsovereenkomst nader worden omschreven.

  3. Subsidiëring heeft, tenzij het gaat om een incidentele- of een stimuleringssubsidie, altijd
    plaats voor een bepaald tijdvak dat wordt vermeld in de beschikking tot
    subsidieverlening. Dit tijdvak is maximaal vier jaar.

  4. Meerjarige subsidieverlening heeft altijd plaats onder het voorbehoud dat de
    gemeenteraad van jaar tot jaar de benodigde middelen beschikbaar stelt.

Artikel 4.3. Weigeringsgronden

  1. De subsidieverlening wordt geweigerd, voor zover door de subsidieverlening het ter zake
    vastgestelde subsidieplafond zou worden overschreden. De subsidieverlening kan in
    ieder geval worden geweigerd, indien een gegronde reden bestaat om aan te nemen dat:
    a. de activiteiten niet of niet geheel zullen plaats hebben;
    b. de aanvragen niet zal voldoen aan de subsidie verbonden verplichtingen;
    c. de aanvrager niet op een behoorlijke wijze rekening en verantwoording zal
    afleggen omtrent de verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en
    inkomsten, voor zover deze voor de vaststelling van de subsidie van belang zijn;
    d. de activiteiten van de aanvrager niet gericht zullen zijn op de gemeente of niet
    aanwijsbaar ten goede komen aan ingezetenen van de gemeente;
    e. de subsidiegelden niet of in onvoldoende mate besteed zullen worden voor het
    doel, waarvoor de subsidie beschikbaar wordt gesteld;
    f. de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten zal ontplooien die in strijd zijn
    met een wettelijk voorschrift, het algemeen belang of de openbare orde;
    g. de aanvrager ook zonder subsidieverstrekking over voldoende middelen, hetzij uit
    eigen middelen, hetzij uit middelen van derden kan beschikken om de kosten van
    de activiteiten te dekken;
    h. de subsidieverstrekking niet past binnen het beleid van de bestuursorganen van
    de gemeente.

  2. De subsidieverlening kan voorts in ieder geval worden geweigerd, indien de subsidieontvanger:
    a. in het kader van de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt
    en de verstrekking van deze gegevens tot een onjuiste beschikking op de
    aanvraag zou hebben geleid, of
    b. failliet is verklaard of aan hem surséance van betaling is verleend, dan wel een
    verzoek daartoe bij de rechtbank is ingediend.

Hoofdstuk 5. VERPLICHTINGEN VAN DE SUBSIDIEAANVRAGER EN DE SUBSIDIEGEVER

Artikel 5.1. Meldingsplicht bij wijziging omstandigheden

  1. De subsidieaanvrager doet zo spoedig mogelijk mededeling aan het college van feiten
    en omstandigheden dan wel wijzigingen daarin, die van belang kunnen zijn voor de
    beslissing op de aanvraag. Daarbij worden de relevante stukken overgelegd.

  2. De gelijke meldingsplicht als omschreven in lid 1. geldt voor de subsidieontvanger in
    geval van feiten en omstandigheden, die van belang kunnen zijn voor een beslissing tot
    wijziging of intrekking van de subsidie.

Artikel 5.2. Verplichtingen bij subsidieverlening

  1. Het college kan de subsidieontvanger bij het besluit tot subsidieverlening
    verplichtingen opleggen met betrekking tot:
    a. aard en omvang van de activiteiten waarvoor subsidie wordt verleend;
    b. de administratie van aan de activiteiten verbonden uitgaven en inkomsten;
    c. het voor de subsidievaststelling verstrekken van gegevens en bescheiden die
    nodig zijn voor een beslissing omtrent de subsidie;
    d. de te verzekeren risico’s overeenkomstig het bepaalde in artikel 5.3.;
    e. het stellen van zekerheid voor verleende voorschotten;
    f. het afleggen van rekening en verantwoording omtrent de verrichte activiteiten en
    de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten, voorzover deze voor de
    vaststelling van de subsidie van belang zijn;
    g. het beperken of wegnemen van de nadelige gevolgen van de subsidie voor
    derden.

  2. Het college kan de subsidieontvanger bij de subsidieverlening ook andere verplichtingen
    opleggen, die strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie.

  3. Het college kan de subsidieontvanger bij de subsidieverlening de niet-doelgebonden
    verplichting opleggen een ruimtelijke voorziening, waar een gesubsidieerde activiteit
    plaats heeft, geschikt te maken voor in hun beweging beperkte mensen.

Artikel 5.3. Verzekeringsplicht

  1. De subsidieontvanger kan op grond van artikel 5.2, lid 1. sub d, verplicht worden zijn
    roerende en onroerende zaken te verzekeren en verzekerd te houden op basis van
    herbouw- of vervangingswaarde tegen de schade van brand, storm en inbraak.

  2. De subsidieontvanger kan op grond van artikel 5.2, lid 1. sub d, verplicht worden het bij
    hem werkzaam zijnde personeel, de voor hem werkzame vrijwilligers en zijn
    bestuurders, tenminste tot door het college te bepalen bedragen, te verzekeren en
    verzekerd te houden tegen de gevolgen van wettelijke aansprakelijkheid.

  3. Een verzekeringsplicht als bedoeld in de leden 1. en 2. wordt in ieder geval niet
    opgelegd, indien de hieraan verbonden kosten naar het oordeel van het college niet in
    redelijke verhouding staan tot het bedrag van de verleende subsidie.

Artikel 5.4. Egalisatiereserve

De subsidieontvanger, aan wie een project- of een budgetsubsidie wordt verleend, kan verplicht
worden een reserve of een voorziening te vormen.

Artikel 5.5. Informatieplicht

De subsidieontvanger doet binnen een maand mededeling aan het college van substantiële
wijzigingen in de samenstelling van het bestuur.

Artikel 5.6. Zaken en diensten aan derden

  1. Het is een subsidieontvanger behoudens vooraf verkregen toestemming van het college
    niet toegestaan om bedragen om niet aan derden ter beschikking te stellen.

  2. Het college kan voorwaarden verbinden aan de in het eerste lid bedoelde toestemming.

Artikel 5.7. Zaken en diensten aan derden

  1. Een subsidieontvanger die aan derden zaken ter beschikking stelt of voor derden
    diensten verricht, brengt daarvoor een vergoeding in rekening die tenminste
    kostendekkend is, tenzij het derden betreft voor wie de gesubsidieerde activiteiten
    bestemd zijn.

  2. Het college kan ontheffing verlenen van het bepaalde in lid 1.

Artikel 5.8. Vergoeding vermogensvoordeel

  1. De subsidieontvanger is aan het college een vergoeding voor vermogensvorming
    verschuldigd voor zover het verstrekken van subsidie daartoe heeft geleid.

  2. Bij de bepaling van de hoogte van de vergoeding wordt uitgegaan van de
    verkoopwaarde van de goederen en andere vermogensbestanddelen op het tijdstip
    waarop de vergoeding verschuldigd wordt, met dien verstande dat in geval van
    ontvangst van schadevergoeding voor verlies of beschadiging van goederen wordt
    uitgegaan van het bedrag dat als schadevergoeding door de subsidieontvanger wordt
    ontvangen.

  3. Indien het onroerende goederen betreft, geschiedt de waardebepaling door een
    onafhankelijke deskundige.

  4. De vergoeding bedraagt nooit meer dan de vermogenstoename als gevolg van het
    verstrekken van subsidie zelf.

Artikel 5.9. Toestemming handelingen

De subsidieontvanger van een project- of een budgetsubsidie behoeft de toestemming van het
college voor handelingen met betrekking tot:
a. het oprichten van dan wel deelnemen in een rechtspersoon;
b. het wijzigen van de statuten;
c. het ontbinden van de rechtspersoon;
d. het in eigendom verwerven, het vervreemden of het bezwaren van registergoederen;
e. het aangaan en beëindigen van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding of
bezwaring van registergoederen of tot huur, verhuur of pacht daarvan;
f. het aangaan van kredietovereenkomsten en van overeenkomsten van geldlening;
g. het aangaan van overeenkomsten waarbij de subsidieontvanger zich verbindt tot
zekerheidsstelling;
h. het doen van aangifte tot zijn faillissement of het aanvragen van zijn surséance van
betaling.

Artikel 5.10. Inhoud financieel verslag

Indien de subsidieontvanger van een project- of budgetsubsidie zijn inkomsten in overwegende
mate ontleent aan de subsidie, dan omvat het financieel verslag de balans, de exploitatierekening
en het vermogen. Het financieel verslag sluit aan op de begroting waarvoor subsidie is verleend
en behelst een vergelijking met de gerealiseerde inkomsten en uitgaven van het jaar,
voorafgaand aan het boekjaar. Het verslag geeft een zodanig inzicht dat een verantwoord
oordeel kan worden gevormd.

Artikel 5.11. Accountantscontrole

  1. De subsidieontvanger van een project- of budgetsubsidie geeft een accountant de
    opdracht de naleving van de aan de subsidie verbonden verplichtingen te onderzoeken.

  2. Het college kan bij de subsidieverlening een nadere aanwijzing vaststellen over de
    reikwijdte en de intensiteit van het onderzoek als bedoeld in lid 1. van dit artikel.

Artikel 5.12. Ontheffing verplichting accountantscontrole

Het college kan de subsidieontvanger van een project- of budgetsubsidie, welke subsidie een
bedrag van € 50.000,-- per boekjaar niet te boven gaat, ontheffing verlenen van het bepaalde in
artikel 5.11.

Hoofdstuk 6. SUBSIDIEVASTSTELLING

Artikel 6.1. Vaststelling subsidie zonder voorafgaande verleningsbeschikking

Indien geen beschikking tot subsidieverlening is gegeven, zijn de artikelen 4.2 en 4.3 alsmede de
artikelen 5.1 tot en met 5.3 en 5.5 tot en met 5.8 van deze verordening van overeenkomstige
toepassing.

Artikel 6.2. Aanvraag subsidievaststelling na voorafgaande verleningsbeschikking

  1. De subsidieontvanger dient de aanvraag tot vaststelling van de subsidie in:
    a. ingeval van een incidentele subsidie of een stimuleringssubsidie binnen 8 weken
    na afloop van de activiteit of het tijdvak, waarvoorde subsidie is verleend;
    b. ingeval van een projectsubsidie binnen 16 weken na afloop van de activiteit of
    het tijdvak, waarvoor de subsidie is verleend;
    c. ingeval van een budgetsubsidie voor 1 april van het jaar volgend op het boekjaar.

  2. Bij de aanvraag tot vaststelling van een incidentele subsidie of een stimuleringssubsidie
    toont de subsidieontvanger aan dat de activiteiten hebben plaats gevonden
    overeenkomstig de aan de subsidieverlening verbonden verplichtingen. Het college kan
    bij de subsidieverlening nadere regels stellen omtrent de wijze, waarop de
    subsidieontvanger bij het indienen van zijn aanvraag tot vaststelling van de subsidie
    rekening en verantwoording aflegt over de aan de activiteiten verbonden uitgaven en
    inkomsten.

Artikel 6.3. Termijn vaststelling subsidie na voorafgaande verleningsbeschikking

  1. Het college stelt de incidentele subsidie en de stimuleringssubsidie vast binnen 8 weken
    na de ontvangst van de aanvraag.

  2. Het college stelt de project- en budgetsubsidie vast binnen twaalf weken na ontvangst
    van de aanvraag.

  3. Indien de vaststellingsbeschikking niet binnen de in de leden 1 en 2 genoemde termijn
    gegeven kan worden, stelt het college de subsidie-ontvanger hiervan in kennis, met
    vermelding van de termijn waarbinnen de beschikking wel tegemoet gezien kan worden.

Artikel 6.4. Definitieve vaststelling subsidiebedrag

  1. Indien een beschikking tot subsidieverlening is gegeven, stelt het college de subsidie
    overeenkomstig de subsidieverlening vast.

  2. De subsidie kan lager worden vastgesteld indien:
    a. activiteiten waarvoor subsidie is verleend niet of niet geheel hebben plaats
    gehad;
    b. de subsidieontvanger niet heeft voldaan aan de subsidie verbonden
    verplichtingen;
    c. de subsidieontvanger onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de
    verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beschikking op de
    aanvraag tot subsidieverlening zou hebben geleid of
    d. de subsidieverlening anderszins onjuist was en de subsidieontvanger dit wist of
    behoorde te weten.

  3. Voor zover het bedrag van de subsidie afhankelijk is van de werkelijke kosten van de
    activiteiten waarvoor subsidie is verleend, worden kosten die in redelijkheid niet als
    noodzakelijk kunnen worden beschouwd bij de vaststelling van de subsidie niet in
    aanmerking genomen.

Hoofdstuk 7. INTREKKING EN WIJZIGING

Artikel 7.1. Intrekking en wijziging

Het college kan de beschikking tot subsidieverlening of subsidievaststelling intrekken of ten
nadele van de subsidieontvanger wijzigen.

Hoofdstuk 8. BEVOORSCHOTTING EN BETALING VAN SUBSIDIE

Artikel 8.1. Voorschotten

  1. Het college kan de subsidieontvanger voorschotten verlenen.

  2. De beschikking tot voorschotverlening geschiedt gelijktijdig met de beschikking tot
    subsidieverlening en vermeldt het bedrag van het voorschot, dan wel de wijze waarop dit
    bedrag wordt bepaald.

  3. Het voorschot wordt binnen zes weken na de voorschotverlening betaald.

Artikel 8.2. Betaling

  1. Het subsidiebedrag wordt binnen zes weken na de subsidievaststelling betaald onder
    verrekening van betaalde voorschotten.

  2. Indien de subsidie niet op een wettelijk voorschrift berust, kan bij de beschikking tot
    subsidieverlening of subsidievaststelling een andere termijn worden bepaald,
    waarbinnen het subsidiebedrag wordt betaald.

Hoofdstuk 9. SLOTBEPALINGEN

Artikel 9.1. Hardheidsclausule

Indien toepassing van de verordening zou leiden tot onbillijkheden van overwegende aard kan
het college op grond van bijzondere omstandigheden afwijken van één of meer bepalingen van
deze verordening in voor de subsidieaanvrager gunstige zin, mits dit past binnen de door de
gemeenteraad beschikbaar gestelde budgetten.

Artikel 9.2. Evaluatieverslag

Het college publiceert tenminste eenmaal in de vier jaar een verslag over de doeltreffendheid en
effecten van de subsidieverstrekking in de praktijk.

Artikel 9.3. Overgangsbepaling

  1. Op subsidies, die voor de inwerkingtreding van deze verordening verstrekt zijn, blijven
    de bepalingen van toepassing, die golden op het moment van de subsidieverstrekking.

  2. Op een aanvraag, die is ingediend voor de inwerkingtreding van deze verordening en
    waarop nog niet is besloten, wordt op grond van de op het moment van ontvangst van
    de aanvraag geldende regels beslist.

Artikel 9.4. Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als “Algemene subsidieverordening welzijn gemeente
Menterwolde”.

Artikel 9.5. Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag van bekendmaking.
Met ingang van diezelfde datum wordt de subsidieverordening welzijn gemeente Menterwolde
1993, no. 9/6, ingetrokken.

Contactgegevens

Postbus 2, 9649 ZG Muntendam
Kerkstraat 2, 9649 GR Muntendam
Tel. (0598) 658888
Fax. (0598) 621688
E-mail: info@menterwolde.nl

Openingstijden
ma. t/m vr. van 8.30-12.00 uur
Publiekszaken ook op donderdag
van 18.00-20.00 uur

Storingsnummer gemeente
(buiten kantooruren)
Tel. 06-55763509